Eerste boek

Richtlijnen voor het innerlijk leven

Hoofdstuk 1
De navolging van Christus
en het geringschatten van al wat louter tijdelijk en zinledig is

  1. Wie Mij volgt, wandelt niet in duisternis, (Joh. 8 : 12) zegt de Heer.

  2. Dit zijn woorden van Christus, waarmee wij worden aangespoord, Hem in zijn leven en gedrag na te volgen, als wij in waarheid verlicht willen zijn en bevrijd van alle verblindheid van hart.

  3. Onze voornaamste zorg behoort daarom te zijn dat wij ons diepgaand bezinnen op het leven van Jezus Christus.

  4. De leer van Christus gaat uit boven alle onderrichting van de heiligen, en had men maar de ware geest, men zou daar verborgen manna in ontdekken.

  5. Maar het is zo dat velen ook na het dikwijls horen van het evangelie weinig innerlijk verlangen in zich gewaarworden, omdat zij Christus' geest niet hebben.

  6. Wie echter Christus' woorden ten volle wil proeven en verstaan, moet de gelijkvormigheid met Hem nastreven in heel zijn leven.

  7. Wat baat het u diepzinnig over de DrieŽenheid te redetwisten als ge de nederigheid mist en daarom de DrieŽenheid mishaagt?

  8. Werkelijk, grote woorden maken niet heilig en rechtvaardig, maar door een leven van deugd wordt men aangenaam aan God.

  9. Een diep berouw wil ik liever voelen dan de begripsbepaling ervan kennen.

  10. Al zoudt ge de hele bijbel van buiten kennen en de uitspraken van alle filosofen, wat zou u dat alles baten zonder de liefde Gods en zijn genade?

  11. Het ene is al dwazer dan het andere en alles is dwaasheid (Pred. 1, 22), behalve God te beminnen en Hem alleen te dienen.

  12. Dit is de hoogste wijsheid: de bijkomstigheid inzien van wat voorbijgaat en zich moeite geven voor het rijk der hemelen.

  13. Dwaasheid is dus vergankelijke rijkdom najagen en daarop zijn hoop stellen.

  14. Dwaasheid is ook eer en roem willen bereiken en zichzelf in de hoogte steken.

  15. Dwaasheid is toegeven aan de begeerten van het lichaam en dat verlangen, waarvoor men later zware straf moet ondergaan.

  16. Dwaasheid is wensen lang te leven en zich weinig bekommeren om goed te leven.

  17. Dwaasheid is alleen aandacht hebben voor het tegenwoordig leven en niet voorzien wat de toekomst brenger zal.

  18. Dwaasheid is liefhebben wat voorbijvliegt en zich niet daarheen haasten waar een eeuwige vreugde wacht.

  19. Herinner u dikwijls deze uitspraak: geen oog wordt door het zien verzadigd, en door het horen wordt geer oor voldaan (Pred. 1, 8).

  20. Probeer daarom uw hart vrijer te maken van de liefde voor het zichtbare en meer bij het onzichtbare te vertoeven.

  21. Want wie hun zinnelijkheid volgen besmeuren hun geweten en verliezen Gods genade.