Eerste boek

Richtlijnen voor het innerlijk leven

Hoofdstuk 7
Het vermijden van dwaze verwachtingen en verwaandheid

  1. Onnadenkend is hij die zijn hoop stelt op mensen of op het geschapene.

  2. Schaam u niet anderen te dienen ter liefde van Jezus Christus en zelf in deze wereld voor eenvoudig door te gaan.

  3. Blijf niet stilstaan bij uzelf, maar reken op God.

  4. Doe wat ge kunt en God zal uw goede wil ondersteunen.

  5. Heb geen vertrouwen in uw deskundigheid of in de handigheid van wie dan ook, maar eerder in Gods genade die de nederigen bijstaat en de verwaanden vernedert.

  6. Ga niet groot op uw rijkdom als ge die bezit, ook niet op uw vrienden omdat zij machtig zijn, maar op God die u alles ten dienste stelt en boven dat alles zichzelf verlangt te geven.

  7. Laat u niet voorstaan op lichamelijke kracht of schoonheid, want door een lichte ziekte kan die vervallen of ontsierd worden.

  8. Denk niet met welgevallen aan uw bekwaamheid of vernuft, want ge zoudt God aan wie alles toebehoort wat gij maar aan natuurlijke gave kunt bezitten, wellicht mishagen.

  9. Acht u niet beter dan anderen uit vrees door God voor geringer te worden aangezien: Hij weet namelijk hoe de mens van binnen is.

  10. Ga niet groot op uw prestaties: het oordeel van God is immers anders dan dat van de mensen: Hem mishaagt vaak wat zij prijzen.

  11. Mocht ge al iets goeds hebben, gij zult bescheiden blijven als gij van anderen een nog hogere dunk hebt.

  12. Het is geen verlies als ge u onder allen plaatst, maar het is heel erg als ge u boven één enkele verheft.

  13. De nederige is altijd in vrede; maar in het hart van een trots mens is dikwijls afgunst en slecht humeur.

 
 
Hit Counter sinds 12-09-2002