Eerste boek

Richtlijnen voor het innerlijk leven

Hoofdstuk 10
Het vermijden van te veel woorden

  1. Mijd onnodige drukte die de mensen maken zoveel ge kunt, want het geredekavel over allerlei gebeuren om ons heen is een grote belemmering, ook al doet men dat met de beste bedoeling.

  2. Wij worden immers licht door beuzelarij aangestoken en in beslag genomen.

  3. Ik wilde wel dat ik meer gezwegen had en minder onder de mensen was geweest.

  4. Waarom praten we maar raak en babbelen we graag met elkaar, terwijl we toch zelden zonder innerlijk schade naar de stilte terugkeren?

  5. Dat wij zo'n voorliefde voor praten hebben komt, doordat wij in zo'n gesprek troost verwachten van elkaar en ons hart eens willen uitstorten dat door allerlei gepeins is afgemat.

  6. En bijzonder graag willen wij spreken en denken over dingen die onze liefde hebben, waar we naar uitzien of die ons tegenstaan.

  7. Maar helaas dikwijls tevergeefs en zonder resultaat.

  8. Want die oppervlakkige troost van buiten is een grote hindernis voor de innerlijke, goddelijke vertroosting.

  9. Daarom moeten wij waken en bidden dat de tijd niet in zinledigheid vervliegt.

  10. Als het goed en nuttig is te spreken zeg dan dat wat opbouwend is.

  11. Verkeerde gewoonte en de nalatigheid om voortgang te maken is grotendeels schuld dat wij onze tong niet weten te bewaken.

  12. Een vroom gesprek over geestelijke dingen, waar gelijkgezinden in God bijeen zijn, begunstigt in hoge mate de geestelijke voortgang.

 
 
Hit Counter sinds 12-09-2002