Eerste boek

Richtlijnen voor het innerlijk leven

Hoofdstuk 15
De daden die gesteld worden uit liefde

  1. Voor niets ter wereld en om de liefde van geen enkel mens mag men iets doen wat slecht is. Maar om het welzijn van iemand die in nood is kan men soms een goed werk zonder bezwaar onderbreken of zelfs door iets vervangen dat beter is.

  2. Want in dat geval wordt het goede niet teniet gedaan, maar voor iets beters ingeruild.

  3. Zonder liefde heeft een uiterlijk werk niet de minste waarde.

  4. Maar wat uit liefde gebeurt, hoe gering en hoe onopvallend het ook is, zal zeer veel vrucht dragen.

  5. Bij God weegt zwaarder de mate van liefde waarmee iemand handelt dan hetgeen hij doet.

  6. Veel doet hij die veel bemint.

  7. Veel doet hij die een zaak goed doet.

  8. En goed doet hij die meer de gemeenschap dient dan zijn eigen wil volgt.

  9. Vaak lijkt iets liefde en is het eerder zinnelijkheid, want de natuurlijke neiging, de eigen wil, de hoop op vergoeding, de liefde voor eigen gerieflijkheid willen er maar zelden buiten blijven.

  10. Wie de ware en volmaakte liefde heeft, zoekt in niets zichzelf; maar hij wil alleen dat Gods eer in alles tot haar recht komt.

  11. Hij is ook op niemand jaloers omdat hij geen enkele louter persoonlijke vreugde zoekt.

  12. Hij wil ook de vreugde niet vinden in zichzelf maar hij wenst zijn zaligheid boven al het aardse in God te vinden.

  13. Hij schrijft niemand iets goeds toe maar hij voert alles terug naar God, uit wie alles als uit een bron voortkomt en in wie ten slotte alle heiligen hun geluk en rust gevonden hebben.

  14. O, wie een vonkje van de ware liefde had zou beslist en snel ervaren dat al het voorbijgaande volkomen leeg is.

 
 
Hit Counter sinds 19-09-2002