Tweede boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 8
De vertrouwelijke vriendschap met Jezus

  1. Als Jezus bij ons is, is alles goed en lijkt niets moeilijk, maar als Hij er niet is, valt ons alles zwaar.

  2. Als Jezus niet inwendig tot ons spreekt, wordt alle vertroosting zinloos; maar met n woord van Jezus dringt de vertroosting diep tot ons door.

  3. Stond Maria Magdalena niet aanstonds op van de plaats waar zij zat te wenen toen Marta haar zei: 'De Meester is daar en roept u'? (Joh. 11 : 28).

  4. Wat een gelukkig uur als Jezus ons van onze tranen tot de vreugde van de geest roept.

  5. Wat zijt gij zonder Jezus dor en hard! Hoe dwaas en zinloos iets te begeren buiten Hem.

  6. Is dit niet erger dan de hele wereld te verliezen?

  7. Wat heeft de wereld u te bieden zonder Jezus?

  8. Zonder Jezus leven is een ware hel, met Hem leven is de zoetheid van het paradijs.

  9. Als Jezus met u is kan geen vijand u iets doen.

  10. Wie Jezus heeft gevonden bezit een groot vermogen, een rijkdom die alle rijkdom overtreft.

  11. En wie Jezus verliest, verliest zeer veel: meer dan de hele wereld.

  12. Doodarm is hij die zonder Jezus door het leven gaat; schatrijk hij die met Hem vriendschap heeft gesloten.

  13. Dit is echte levenskunst: te weten hoe men met Jezus om moet gaan; en Jezus bij zich kunnen houden getuigt van grote wijsheid.

  14. Leef nederig en in vrede, dan zal Jezus met u zijn.

  15. Leef vroom en stil en Jezus zal bij u blijven.

  16. Gij kunt Jezus snel verdrijven en zijn gunst verliezen, als gij u op uiterlijke dingen richt.

  17. Wanneer gij Hem verjaagd hebt en verloren, wie zal dan uw toevlucht zijn en wie uw vriend?

  18. Zonder vriendschap leven gaat niet goed en als Jezus niet vr alle anderen uw vriend is, zult gij leven in verdriet en eenzaamheid.

  19. Gij doet daarom dwaas als gij in iemand anders uw vertrouwen stelt of vreugde vindt.

  20. Gij kunt beter de hele wereld tegen u hebben dan Jezus te beledigen.

  21. Onder al uw goede vrienden moet daarom alleen Jezus de meest Geliefde zijn.

  22. We mogen iedereen beminnen om Jezus' wil, maar slechts Jezus om Hemzelf.

  23. Enkel Jezus mag men uitzonderlijk beminnen, want Hij alleen blijkt meer dan welke vrienden ook goed en trouw te zijn.

  24. Om Hem en in Hem moeten vriend en vijand u ter harte gaan. Voor hen allen moeten we bidden, opdat zij er toe komen Jezus te kennen en lief te hebben.

  25. Begeer nooit bijzonder lof of liefde te verkrijgen, want dat komt God alleen toe die door niemand wordt gevenaard.

  26. Hoop ook niet dat iemand vaak met liefde aan u denkt, en word zelf niet door liefde jegens iemand anders in beslag genomen, maar Jezus zij in u en in alle goede mensen.

  27. Leef rein en in uw innerlijk zonder binding aan welk schepsel ook.

  28. Gij moet van alles zijn ontdaan en tot Jezus komen met een zuiver hart, als gij in alle vrijheid wilt zien hoe goed de Heer is (Ps. 34 : 9).

  29. Werkelijk, gij zult dat niet bereiken, behalve als zijn genade u voorkomt en u naar binnen keert, zodat gij u van alles kunt bevrijden en verwijderen, en in eenzaamheid komen tot vereniging met Hem.

  30. Want als Gods genade in de mens aanwezig is, blijkt hij in staat tot alles; maar verdwijnt zij, dan is hij arm en zwak en als aan alle ellende uitgeleverd.

  31. Hij mag niet ontmoedigd of wanhopig worden, maar volhardend in gelijkmoedigheid volgens de wil van God, moet hij alles wat hem overkomt tot lof van Jezus Christus ondergaan. Want na de winter komt de zomer, na de nacht keert de dag weer terug en na het onweer de heldere hemel.