Tweede boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 3
De goede vredelievende mens

  1. Bewaar eerst de vrede in uzelf, dan zult gij ook anderen tot vrede brengen.

  2. Een vredelievend mens doet meer goed dan een groot geleerde.

  3. Een hartstochtelijk iemand legt ook het goede nog verkeerd uit en denkt gemakkelijk kwaad.

  4. Een goed en vredelievend man keert alles ten goede.

  5. Wie in de vrede is bevestigd is nooit achterdochtig. Maar wie ontevreden is en ongedurig, loopt met allerlei vermoedens rond: hij komt zelf niet tot rust en gunt anderen geen rust.

  6. Hij zegt vaak wat hij niet moest zeggen en laat na te doen wat goed voor hem zou zijn.

  7. Hij denkt aan wat anderen behoren te doen en verwaarloost dat waartoe hij zelf verplicht is.

  8. Span u allereerst in om uzelf te verbeteren en dan kunt gij terecht ijveren voor uw medemens.

  9. Gij weet uw eigen daden wel te verontschuldigen en mooi te kleuren, maar gij weigert de verontschuldigingen van anderen te erkennen.

  10. Het zou correct zijn uzelf te beschuldigen en uw broeder te verontschuldigen.

  11. Als gij wilt dat men u verdraagt, verdraag dan ook een ander.

  12. Zie eens hoe ver gij nog van de ware, nederige liefde verwijderd zijt; want die is tegenover niemand boos of verontwaardigd behalve tegenover zichzelf.

  13. Het is geen kunst, met goede en welwillende mensen te kunnen omgaan; dat is vanzelfsprekend een genoegen voor iedereen en alle mensen hebben graag vrede en voelen genegenheid voor wie het met hen eens is.

  14. Maar met keiharde lieden en die niet deugen, met mensen die van tucht niets weten en ons tegenwerken, in vrede kunnen leven, dát is een grote genade en in hoge mate prijzenswaardig, dat is een prestatie.

  15. Er zijn er die de vrede in zichzelf bewaren en ook in vrede leven met anderen.

  16. En er zijn er ook, die zelf geen vrede hebben en ook anderen niet met vrede kunnen laten; voor anderen lastig, zijn zij altijd nóg lastiger voor zichzelf.

  17. En ten slotte zijn er die zichzelf in vrede bewaren en anderen tot vrede proberen terug te brengen.

  18. Maar heel onze vrede is in dit armzalig leven eerder te zoeken in nederig ondergáán dan in het ongevoelig zijn voor tegenslagen.

  19. Wie beter weet te verduren zal ook grotere vrede hebben. En juist hij is de overwinnaar van zichzelf, hij is meester van de wereld, een vriend van Christus en erfgenaam van de hemel.