Tweede boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 4
Zuiverheid van geest en eenvoud van bedoeling

  1. Op twee vleugels verheft de mens zich boven de aarde: die van de eenvoud en die van de zuiverheid.

  2. Eenvoud moet er zijn in onze bedoeling, zuiverheid in de liefde.

  3. De eenvoud let op God, de zuiverheid omvat en smaakt Hem.

  4. Geen enkele goede daad zal een belemmering voor u zijn, als gij in uw hart niets meer verlangt wat niet goed is.

  5. Als gij niets anders zoekt dan God aangenaam te zijn en de evenmens te helpen, zult gij innerlijke vrijheid genieten.

  6. Als uw hart zuiver was zou ieder schepsel een spiegel van het leven en een boek van heilige onderrichting voor u zijn.

  7. Er is geen schepsel zo klein en nietig of het houdt u Gods goedheid voor ogen.

  8. Als gij van binnen goed en rein waart, konden alle dingen voor u zonder belemmering zichtbaar zijn en goed te begrijpen.

  9. Een zuiver hart dringt door hel en hemel heen.

  10. Zoals iemand van binnen is, zo beoordeelt hij het uiterlijke.

  11. Als er geluk in de wereld bestaat dan is dat het bezit van de mens met een zuiver hart.

  12. En als er ergens kwelling en angst is dan weet het slechte geweten daarover mee te spreken.

  13. Zoals ijzer in vuur gehouden, zijn roest verliest en door en door gloeiend wordt, zo wordt een mens die zich geheel tot God keert, van zijn loomheid ontdaan en in een nieuwe mens veranderd.

  14. Als iemand begint te verslappen, is hij bang voor een kleine moeite en erop uit om aan het stoffelijke tegemoet te komen. Maar zodra hij in alle ernst begint zichzelf te overwinnen en dapper de weg van God te begaan, telt hij lichter wat hij te voren zo zwaar vond.