Derde boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 13
Gehoorzaam en nederig onderworpen naar het voorbeeld van Jezus Christus

  1. Mijn zoon, wie probeert zich te onttrekken aan de gehoorzaamheid onttrekt zichzelf aan de genade; en wie uit is op persoonlijk voordeel verliest wat de gemeenschap hem biedt.

  2. Wie zich niet graag en gewillig aan zijn overste onderwerpt, geeft daarmee het bewijs dat zijn eigen ik hem nog niet volkomen gehoorzaamt, maar dikwijls weerspannig is en in opstand komt.

  3. Leer daarom snel u aan uw overste te onderwerpen, als gij uw eigen ik onder bedwang wenst te krijgen.

  4. Want in sneller tempo zult gij de uitwendige vijand overwinnen, als de inwendige mens niet overhoop ligt.

  5. Er is geen lastiger en erger vijand voor uw heil, dan gij zelf, als gij u niet weet te voegen naar de geest.

  6. Gij moet u beslist een ware zelfverachting eigen maken, als gij stand wilt houden tegen vlees en bloed.

  7. Omdat gij nogal te ongeregeld uzelf lief hebt, daarom huivert gij ervoor u volledig te schikken naar de wil van iemand anders.

  8. Maar wat is er voor grootheid in gelegen, als gij die stof zijt en niets méér, u omwille van God onderwerpt aan een mens, terwijl Ik, de Almachtige en Allerhoogste, die alles uit niets heb geschapen, ter wille van u Mijzelf in nederigheid van een mens afhankelijk heb gemaakt?

  9. Ik ben de nederigste en geringste van allen geworden, opdat gij uw trots door mijn nederigheid zoudt overwinnen.

  10. Leer gehoorzamen, stof dat ge zijt; leer uzelf vernederen, gij aarde en modder, en laat over u lopen door de voeten van allen.

  11. Leer telkens uw eigen wil te breken en wees bereid tot elke onderwerping.

  12. Treed op tegen uzelf en wees niet zo opgeblazen, maar dermate klein en onderdanig, dat allen u als stof van de straat kunnen vertrappen.

  13. Onbeduidend wezen, waarover hebt gij te klagen?

  14. Wat kunt gij als verachtelijk zondig mens antwoorden als men u beschimpt, gij die zo dikwijls God hebt beledigd en zoveel malen de hel verdiend?

  15. Maar Ik heb u gespaard, want uw ziel was kostbaar in mijn oog, opdat gij mijn liefde zoudt leren kennen en altijd in dankbaarheid voor mijn weldaden zoudt leven; en ook opdat gij altijd bereid zoudt zijn tot waarachtige onderwerping en nederigheid en geduldig de minachting van uw eigen persoon zoudt dragen.