Derde boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 15
Hoe wij moeten handelen en spreken bij alles wat wij verlangen

  1. 1. De Heer: Mijn zoon, zeg bij alles wat gebeurt: Heer, zoals Gij het wilt, laat het zo geschieden.

  2. Als dit strekt tot uw glorie, dan zij het zo in uw naam.

  3. Heer, als Gij meent dat dit goed is voor mij en Gij het nuttig oordeelt, geef mij dan dat ik het tot uw eer mag aanwenden.

  4. Maar meent Gij dat het voor mij schadelijk is en geen voordeel brengt voor mijn eigenlijk heil, neem dan deze begeerte van mij weg.

  5. Want niet ieder verlangen komt van de heilige Geest, ook al lijkt het de mens juist en goed.

  6. Het is moeilijk naar waarheid te beoordelen of een goede geest ofwel een andere u aandrijft om dit of dat te verlangen en ook of ge misschien slechts door uw eigen geest bewogen wordt.

  7. Velen zijn op het einde bedrogen uitgekomen die in het begin schijnbaar door een goede geest geleid werden.

  8. Daarom behoort men altijd bij het vragen naar wat aantrekkelijk is vroom en bescheiden te zijn en altijd moet men met volkomen berusting alles aan Mij overlaten en zeggen:

  9. Heer, Gij weet wat het beste is, laat dit of dat gebeuren overeenkomstig uw welbehagen.

  10. Geef wat Gij wilt en zoveel Gij wilt en wanneer Gij wilt.

  11. Doe met mij zoals Gij het ziet en zoals U het meest behaagt en zoals uw grotere eer het vordert.

  12. Plaats mij waar Gij wilt en handel vrij met mij in alles.

  13. Ik ben in uw hand: keer en wend mij in alle richtingen.

  14. Zie, ik ben uw dienaar, tot alles bereid: want ik wil niet leven voor mijzelf maar voor U, laat mij dat waardig en op volmaakte wijze doen.

  15. Gebed om Gods welbehagen te volbrengen

  16. Geef mij, goede Jezus, uw genade: laat die mij begeleiden bij mijn arbeid en bij mij blijven tot aan het einde toe.

  17. Sta mij toe altijd dat te verlangen en te willen, wat voor U het meest aanvaardbaar is en het meest behaaglijk.

  18. Laat uw wil mijn wil zijn en mijn wil de uwe altijd volgen en daarmee volkomen één zijn.

  19. Laat mijn willen en niet willen hetzelfde zijn als bij U. Dat ik niets anders kan willen of niet willen dan wat Gij wilt en niet wilt.

  20. Geef mij voor alles dood te zijn wat louter aards is en voor U graag veracht en voor niets geteld te worden in deze tijd.

  21. Geef mij boven alles wat ik verlang, tot rust te komen in U en laat mijn hart in U de vrede vinden.

  22. Gij zijt de ware vrede des harten; Gij de enige rust; buiten U is alles wreed en onrustig.

  23. 'In deze vrede, juist daarin', dat wil zeggen: in U, het enige, het hoogste, het eeuwige Goed, 'zal ik slapen en tot rust komen' (Ps. 4 : 9). Amen.