Derde boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 23
Vier bronnen van grote vrede

  1. De Heer: Mijn zoon, nu zal Ik u de weg van de vrede en de ware vrijheid wijzen.

  2. Heer, doe zoals Gij zegt, het is mij een vreugde dit te mogen horen.

  3. Leg er u op toe, mijn zoon, eerder de wil van iemand anders dan de uwe te doen.

  4. Kies altijd minder te bezitten in plaats van meer.

  5. Zoek altijd de laatste plaats, zoek allen onderdanig te zijn.

  6. Wens en bid altijd dat Gods wil volkomen in u geschieden mag.

  7. Zie, zo iemand zal het land van de vrede en de rust betreden.

  8. Heer, uw toespraak is kort maar omvat grote volmaaktheid.

  9. Zij is klein in woorden maar vol inhoud en overvloedig in vruchtbaarheid.

  10. Want als dit trouw door mij onderhouden kon worden, zou er in mij niet zo gemakkelijk onrust ontstaan.

  11. Want zo dikwijls ik mij bezwaard voel en ontevreden, ontdek ik dat ik van deze leer ben afgeweken.

  12. Maar Gij die alles kunt en altijd mijn innerlijke voortgang wenst, vermeerder uw genade, zodat ik uw woorden waar kan maken en daarmee mijn heil voltooien.
    Gebed om hulp tegen slechte gedachten

  13. Heer mijn God, ga niet van mij weg; mijn God, zie neer om mij te hulp te komen (Ps. 71 : 12).
    Want allerlei gedachten komen in mij op en grote angsten, die mij innerlijk overvallen.

  14. Hoe zal ik daar ongedeerd dˇˇrkomen? Hoe zal ik me er doorheen slaan?

  15. Ik, zo sprak Hij, zal voor u uitgaan en de roemvollen der aarde zal Ik vernederen (Jes. 45 : 2).
    De deur van de gevangenis zal Ik openen en u mijn diepste geheimen meedelen.

  16. Heer, doe zoals Gij zegt en laat alle slechte gedachten voor uw aangezicht op de vlucht gaan.

  17. Dit is mijn hoop en mijn enige troost: naar U toe te vluchten in al mijn kwelling, op U te vertrouwen, U uit het diepst van mijn hart aan te roepen en geduldig te wachten totdat Gij mij troost.
    Gebed om verlichting van de geest

  18. Goede Jezus, verlicht mij met de klaarheid van het innerlijk licht en drijf uit de woning van mijn hart alle duisternis weg.

  19. Houd die vele afdwalingen tegen en vernietig de bekoringen die mij geweld aandoen.

  20. Strijd krachtig voor mij en verdrijf die kwaadwillige beesten, ik bedoel die verleidelijke begeerlijkheden; dat er vrede moge zijn in uw sterkte (Ps. 121 : 7) en dat uw lof overvloedig moge weerklinken in de heilige hal, ik bedoel in een zuiver geweten.

  21. Beveel de winden en de stormen; zeg aan de zee: 'Wees rustig' en aan de storm: 'Bedaar', en er zal grote stilte zijn.

  22. Zend uw licht uit en uw waarheid (Ps. 43 : 3), dat zij stralen over de aarde; want een woeste en lege aarde ben ik, totdat Gij mij verlicht.

  23. Stort uw genade neer vanuit uw verblijf, drenk mijn hart met hemelse dauw, leid de wateren van godsvrucht naar mij toe om het aanzien van de aarde te bevloeien, dat zij goede en zelfs allerbeste vruchten mag voortbrengen.

  24. Hef mijn geest op, die gedrukt gaat onder het gewicht van mijn zonden, en richt heel mijn verlangen op het hemelse, zodat ik na het smaken van de bovenaardse zoetheid met tegenzin nog aan het aardse denk.

  25. Trek en ruk mij weg van alle aardse vertroosting die immers vluchtig is, want geen enkel schepsel kan mijn hevige honger ten volle verzadigen en voldoen.

  26. Bind mij aan U met een onverbrekelijke liefdeband, want Gij alleen voldoet de minnaar en zonder U is alles, alles zonder inhoud.