Derde boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 36
Tegen de dwaze oordelen van de mensen

  1. De Heer: Mijn zoon, blijf een steunpunt vinden in de Heer; vrees geen menselijk oordeel zolang uw geweten u zegt, dat ge vroom en zonder schuld bent.

  2. Het is goed en heilzaam zoiets te lijden en het zal een nederig mens of iemand die meer op God steunt dan op zichzelf, ook niet zwaar vallen.

  3. Er zijn er die veel praten, en daarom kan men hen nauwelijks geloven.

  4. Maar het is ook niet mogelijk allen tevreden te stellen.

  5. Ofschoon Paulus zich erop toelegde aan God te behagen en alles voor allen was geworden (1 Kor. 9 : 22), maakte het hem niet veel uit, door een menselijk gerecht geoordeeld te worden (1 Kor. 4 : 3).

  6. Hij deed veel opbouwend werk voor het heil van anderen voor zover hij ertoe in staat was en gelegenheid daartoe had; maar hij kon desondanks niet verhinderen dat hij soms door anderen werd geoordeeld of veracht.

  7. Daarom vertrouwde hij alles toe aan God die alles wist, en met geduld en bescheidenheid verdedigde hij zich tegen de kwaadsprekers, tegen hen die onzinnig of in strijd met de waarheid over hem dachten of volgens hun eigen grillen maar wat rondstrooiden.

  8. Soms gaf hij wel antwoord met de bedoeling dat zwakkeren zich niet aan zijn stilzwijgen zouden ergeren.

  9. Wie zijt gij dat gij bevreesd zijt voor een sterfelijk mens. Vandaag verschijnt die en morgen is hij er niet meer.

  10. Vrees God; dan zult gij voor de verschrikkingen van de mensen niet beducht zijn.

  11. Wat kan iemand u aandoen met woorden of beledigingen? Hij schaadt zichzelf meer dan u en kan ook niet aan Gods oordeel ontkomen, wie hij ook zijn mag.

  12. Houd God voor ogen en ga niet in op discussies met scherpe woorden.

  13. En komt het voor dat gij in het openbaar een nederlaag lijdt en u schande wordt aangedaan die gij niet hebt verdiend: wees dan daarover niet ontstemd en verminder uw eer niet door ongeduld.

  14. Maar zie liever op naar Mij in de hemel, die in staat. ben iemand van alle schande en onrecht te bevrijden ook iedereen te vergelden overeenkomstig hetgeen hij heeft gedaan.