Derde boek

Aansporingen tot innerlijk leven

Hoofdstuk 37
De zuivere en volledige overgave van zichzelf om de vrijheid van hart te kunnen verkrijgen

  1. 1. De Heer: Mijn zoon, laat uzelf los en gij vindt Mij.

  2. Blijf zonder voorkeur en zonder u iets toe te eigenen gij zult er altijd bij winnen.

  3. Want vanaf het ogenblik dat gij uzelf overgeeft aan T en niet terugneemt, wordt u ruimer hulp toegewezen.

  4. Heer, hoe dikwijls moet ik mijzelf overgeven en bij welke gelegenheden moet ik mij loslaten?

  5. Altijd, op ieder uur: zowel in het klein als in het groot.

  6. Ik maak geen uitzondering, maar in alles wil Ik alleen u aantreffen.

  7. Hoe kunt gij anders van Mij zijn en Ik van u, als gij niet van elke persoonlijke keus in u en buiten u hebt ontdaan?

  8. Hoe eerder gij dit doet, hoe beter het voor u is, en hoe vollediger en oprechter, hoe meer gij Mij aangenaam zult zijn en uzelf zult verrijken.

  9. Sommigen doen van zichzelf wel afstand maar zonderen iets af; zij hebben namelijk geen volledig vertrouwen op God en proberen daarom zichzelf maar veilig te stellen.

  10. Anderen beginnen met Mij alles aan te bieden, maar als dan de verleiding komt, zoeken zij weer wat zij graag doen en zo wordt het nooit iets.

  11. Deze categorieŽn dringen nooit door tot de echte vrijheid van een zuiver hart. De gunst van mijn blijdschap en vertrouwelijkheid is niet voor hen weggelegd, behalve langs de weg van volledige afstand en dagelijkse zelfverloochening die zij eerst waren ingeslagen. Want daarbuiten is een werkelijk innige eenheid niet mogelijk en kan ze ook nooit blijven duren.

  12. Ik heb het u al zo dikwijls gezegd en Ik herhaal het nu weer: geef het maar op en laat uzelf los en gij zult de schat van een grote innerlijke vrede krijgen.

  13. Geef al het aardse voor het goddelijke, behoud u niets voor, neem niets terug:

  14. Blijf zonder aarzelen en zonder iets in Mij: dan zal Ik Mij geven.

  15. Gij zult vrij zijn in uw hart en geen duisternis zal u in de ellende storten.

  16. Span u dus hiervoor in, bid hierom, richt hierop uw verlangen: dat gij van alles beroofd, zonder iets, niets dan Jezus volgt; aan uzelf sterft en eeuwig in Mij leeft.

  17. Dan vervliegen alle dwaze fantasieŽn: die ongemotiveerde angsten en overbodige zorgen.

  18. Dan wijkt ook de overdreven vrees en sterft de zelfzucht.