Vierde boek

De heilige eucharistie

Hoofdstuk 6

Ondervraging over de oefening voor de Communie

  1. De gelovige: Als ik uw waardigheid en mijn onbeduidendheid overdenk, Heer, ben ik zeer ontdaan en over mijzelf diep beschaamd.

  2. Als ik immers niet nader, ontvlucht ik het leven en als ik mij onwaardig opdring, doe ik U een belediging aan.

  3. Wat moet ik dan doen, mijn God, mijn helper en mijn raadgever in moeilijkheden?

  4. Leer Gij mij de juiste weg, wijs mij een goede oefening aan die passend is voor de heilige communie.

  5. Het is immers nuttig te weten hoe ik godvruchtig en eerbiedig mijn hart moet voorbereiden om uw Sacrament tot mijn heil te ontvangen of ook om een zo waardig en goddelijk offer te vieren.