Vierde boek

De heilige eucharistie

Hoofdstuk 18

Een mens moet niet nieuwsgierig dit Sacrament doorvorsen, maar als nederig navolger van Christus zijn verstand onderwerpen aan het heilig geloof

  1. De Heer: Gij moet u van een nieuwsgierig en onnuttig onderzoek van dit allerdiepst Sacrament onthouden, als gij niet in de diepte van de twijfel wilt ondergaan.

  2. Wie doorvorser is van de Majesteit, zal door haar glorie worden verpletterd (Spr. 25 : 5).

  3. God kan meer tot stand brengen dan een mens kan begrijpen.

  4. Een nederig en godvruchtig onderzoek is toelaatbaar, als men altijd bereid blijft onderricht te worden en erop gesteld is de gezonde meningen van de vaders te volgen.

  5. Gelukkig de eenvoud die de moeilijke paden van de problemen verlaat en langs de open en vaste weg van Gods geboden voortgaat.

  6. Velen hebben de godsvrucht verloren, terwijl zij al te diepe vraagstukken wilden doorgronden.

  7. Geloof wordt van u gevraagd en een ernstig leven; niet een groot verstand en ook niet de kennis van Gods diepe geheimen.

  8. Als gij iets niet inziet en niet begrijpt wat beneden u staat, hoe wilt gij dan verstaan wat boven u verheven is?

  9. Onderwerp u aan God en verneder uw verstand voor het geloof; dan zal u het licht van de wetenschap gegeven worden in de mate waarin dat voor u noodzakelijk en nuttig is.

  10. Sommigen worden zwaar bekoord omtrent het geloof en het Sacrament; dat is dan niet aan henzelf te wijten maar eerder aan de vijand.

  11. Gij moet niet bezorgd zijn, ga geen discussies aan met uw gedachten; geef ook geen antwoord op de twijfels die de duivel u ingeeft.

  12. Maar geloof Gods woord, geloof de heiligen en de profeten, en de boze vijand zal van u wegvluchten.

  13. Dikwijls strekt het tot groot voordeel, als een dienaar van God zo iets moet doorstaan.

  14. Ongelovigen en zondaars bekoort hij niet, die zijn al zijn veilig bezit; maar de vrome gelovigen stelt hij op allerlei wijzen met verwarringen op de proef.

  15. Ga dus door in eenvoudig en niet-twijfelend geloof en nader tot het Sacrament met nederige eerbied.

  16. Wat gij er niet van kunt begrijpen laat dat rustig over aan Gods almacht.

  17. God bedriegt u niet; bedrogen wordt wie te veel op zichzelf vertrouwt.

  18. God gaat om met de eenvoudigen, Hij openbaart zich aan de nederigen, Hij geeft inzicht aan de kleinen, Hij opent het verstand voor de zuivere geesten en verbergt de genade voor hen die nieuwsgierig zijn en trots.

  19. Alle menselijke verstand is zwak en kan zich vergissen; het ware geloof echter kan zich niet vergissen.

  20. Ieder verstand en de natuurlijke onderzoeking behoort het geloof te volgen, maar niet daaraan vooraf te gaan of het geweld aan te doen.

  21. Want het geloof en de liefde hebben daar in hoge mate voorrang en op mysterieuze wijzen werken zij in dit allerheiligst en hoogst verheven Sacrament.

  22. De eeuwige 'en onmetelijke God die over oneindige macht beschikt, brengt grote en onnaspeurbare dingen tot stand in de hemel en op aarde, en een peilen van zijn wonderbare werken is niet mogelijk.

  23. Als Gods werken zo waren dat zij gemakkelijk door het menselijk verstand konden worden begrepen, zouden zij niet wonderbaar zijn en waren wij niet verplicht te zeggen dat zij onuitsprekelijk zijn.