24. De zelfmoorden van de zaterdagavond

Boodschap van 31 juli 1989

“Lieve kinderen, vanavond wil ik alle ouders over de hele wereld uitnodigen om tijd vrij te maken voor hun kinderen en voor hun gezin. Ik wil dat ze hun kinderen liefde geven. Ik wil dat het een ouderlijke en een moederlijke liefde is.”

24. DE ZELFMOORDEN VAN DE ZATERDAGAVOND

De behoefte om te aanbidden leeft zo sterk in het hart van de mens, dat niemand zich er lang tegen weet te verzetten. Echte atheïsten bestaan niet, er zijn echter wel mensen die zichzelf een verkeerde God voorhouden. Omdat ze de liefde van de Levende en Ware God’ nog niet hebben ervaren, gaan ze Hem elders zoeken. Iedereen kan met zijn zoeken naar aanbidden wel ergens terecht. Als men niet de Levende God zelf aanbidt, dan zal men een mens, een sterfelijk wezen, of een bepaalde activiteit of een levenloos voorwerp aanbidden. Dat is het drama van de afgoderij, die vroeg of laat tot wanhoop leidt.

Wij hebben allemaal dorst. Dorst om te leven, dorst om te beminnen en om bemind te worden, dorst naar een duurzaam geluk. Ons ware geluk bestaat erin om het leven te drinken aan de altijd rijkelijk stromende bron van het hart van God, ook al is dit voor ons vaak een ware strijd, vanwege de chaotische wegen van het menselijk bestaan… Maar als we ons beperken tot de kleine waterbekkens van het leven, ontoereikend om onze dorst te lessen, dan veroordelen we onszelf tot de leegte op kortere of langere termijn. We drogen uit, komen in opstand, om uiteindelijk van dorst te sterven.

Een aantal bevriende psychiaters hebben een bepaald verschijnsel bestudeerd, dat in Frankrijk vaak voorkomt: de meeste zelfmoorden waarmee zij te maken krijgen, vinden plaats in de nacht van zaterdag op zondag. De reanimatiediensten zijn voldoende uitgerust om deze moderne gesel te kunnen opvangen. Het is de epidemie van de zaterdagavond. Een voortbrengsel van het Wes-ten, dat zo zeer gematerialiseerd is. Het is een virus dat de zwaksten en kwetsbaarsten treft: de jongeren. Het is voor hen dat de heilige Maagd naar Medjugorje komt. Haar Moederhart verdaagt zeer slecht het lijden van deze jongeren, die gebroken zijn door wanhoop en die liever de dood kiezen dan de leegte in de ogen te moeten zien. Voor hen heeft zij de sleutel om te ontsnappen uit deze uitzichtloze situatie. Het aantal jongeren, dat door haar tussenkomst in Medjugorje is gered, is niet meer te tellen.

Ik zie nog steeds het koppel voor me, dat me op een dag op de parkeerplaats voor de kerk met schroom aanklampte en vroeg:                                                                                                                                                                                        — Zuster, zou u voor onze zoon Marc willen bidden ?
— Ja, natuurlijk.
Ze stonden op het punt om te vertrekken, maar omdat ik zoveel droefheid in hun blik zag, durfde ik te vragen:
— Heeft hij moeilijkheden. Is hij ziek ?
Er viel een stilte… Na een lange pauze mompelde de man tegen zijn vrouw:
Zeg jij het maar.
— Wel… euh… Zuster, ziet u, afgelopen week ging mijn man de zolder opruimen… en hij vond onze zoon, die zich had opgehan-
gen.

De schok kwam als een klap in het gezicht en ik kon geen woord meer uitbrengen. Ik was als verlamd. Voor mij stonden twee mensen, die in het diepst van hun ziel waren getroffen… Het lukte mij niet mijn tranen in te houden. Ze vertelden verder:
— Ziet u, zuster, na de begrafenis zijn we meteen naar hier gekomen. We konden het niet meer opbrengen thuis te blijven. We hielden zielsveel van hem. En we hadden hem nog zo gezegd: “Dat meisje is niets voor jou, Marc, ze zal je laten vallen, zoals ze ook de anderen heeft laten vallen.” Maar hij heeft niet naar ons geluisterd. We zagen dat het sterker was dan hemzelf. Toen het niet meer goed ging tussen hen, is hij drugs gaan gebruiken. En toen…
— Zuster, onderbreekt de vader, kunt u ons zeggen waar hij nu is ? Is hij nu gelukkig ? Hoe kunnen we het te weten komen ?

Ik moest deze mensen laten gaan, zonder dat ik een woord heb kunnen uitbrengen. Ik was er niet toe in staat. Maar omdat ik hun handen in de mijne hield en ik mijn tranen niet kon inhouden, geloof ik dat ze zich met medeleven beluisterd en begrepen voelden. De volgende dag zag ik hen gelukkig weer bij de kerk.

Nooit meer !

Met deze kreet richten wij ons tot de hemel, als ons dergelijke gebeurtenissen worden toevertrouwd, wat maar al te vaak gebeurt. En onze armzalige roep is niet meer dan de weerklank van het hart van onze hemelse Moeder, die haar kinderen, geconfronteerd met de leegte, ziet sterven. Zij is gekomen om dit bloedbad een halt toe te roepen. Zij heeft het verborgen Kind, dat zij in Betlehem in haar armen hield, in ons hart gelegd. En Hij alleen is bij machte om onze wensen overvloediger te vervullen, dan dat we in onze verborgen verlangens voor mogelijk kunnen houden.
De kleine Marc is te snel vertrokken. Ook hij had het grote cadeau van Maria kunnen ontvangen en gered kunnen worden. Maar voor alle andere kleine Marcs, die op de rand van de afgrond staan, is het niet te laat om iets te ondernemen2. Het middel bij uitstek dat Maria ons aanreikt kan in enkele woorden worden samen-
gevat:
— “Lieve jongeren, geef God de eerste plaats in je leven, want met Hem is jullie weg zeker.” (Boodschap voor het Jongerenfestival, 1996)

Op 2 augustus 2005, tijdens het Jongerenfestival, is de heilige Maagd gekomen om met Mirjana te bidden voor de ‘ongelovigen’, zoals zij dat elke maand doet. Duizenden jongeren uit alle landen van de wereld waren samengekomen, om hun Moeder te verwelkomen en om tot haar te bidden en haar zegen te ontvangen. Na de verschijning waren we ondersteboven van de boodschap die Mirjana toen overbracht. En inderdaad, de situatie die daarin beschreven wordt is de werkelijkheid. We kunnen haar niet ontkennen, noch erover zwijgen. Het zou goed zijn om deze boodschap uit het hoofd te leren en de heilige Geest om een gunst te vragen: een radiografie van ons hart te maken; dat Hij door Zijn goddelijke stralen ons zou openbaren, wat er in ons hart omgaat. Dan kunnen we onze keuzes herzien. Dan kunnen we ervoor kiezen om de ware liefde in ons hart te laten wonen en niet een ‘nepliefde’, het ware licht en niet het valse schijnsel waarmee de wereld ons achtervolgt. Maria zei:
“Lieve kinderen, ik ben bij jullie gekomen met open armen om jullie te omhelzen en onder mijn mantel te beschermen. lk kan dit echter niet doen zolang jullie hart nog is gevuld met een vals schijnsel en met valse idolen. Zuiver jullie hart en sta mijn engelen toe er te zingen. Dan zal ik jullie onder mijn mantel nemen en je mijn Zoon geven, die de ware Vrede is en het ware Geluk. Wacht niet, mijn kinderen. lk dank jullie.” (Boodschap van 2 augustus 2005 aan Mirjana).

Geconfronteerd met een toename van het bloedbad onder de jongeren en met de vergiftigende werking van onze maatschappij, is haar oproep op 2 januari 2006 nog krachtiger:

“Mijn kinderen. Mijn Zoon is geboren. Hij is met jullie. Wat houdt jullie hart tegen om Hem te ontvangen ? Wat is er toch mis met jullie hart ? Zuiver het door vasten en gebed. Erken mijn Zoon en ontvang Hem. Hij alleen geeft de ware vrede en de ware liefde. Hij is de weg naar het eeuwig leven, Hij is het, mijn Zoon. lk dank jullie.”

Uit het prachtige boek “Het Verborgen Kind van Medjugorje” van Zuster Emmanuel Maillard.

Ik zou de aanschaf van dit boek (slechts €12,-) van harte willen aanbevelen.

Klik hier.